home
Homepage  » nv De Scheepvaart  » Nuttige informatie  » Geschiedenis van de kanalen
Het Albertkanaal (1930 - 1939)
In 1901 werd in Limburg de eerste steenkool ontdekt. De ontginning van deze kostbare brandstof begon enkele jaren later.
In dezelfde periode groeide de staalindustrie in de omgeving van Luik. De smeltovens die in de fabrieken werden gebruikt, hadden steenkool en ertsen nodig. Die grondstoffen moesten op een snelle en goedkope wijze worden vervoerd.
De bestaande kanalen waren hiervoor niet geschikt. Grote schepen konden er niet varen. Ook de lengte van het kanaal (155 km) stelde een probleem. Het duurde te lang om een bepaalde bestemming te bereiken. Zo duurde het minimum 15 dagen om van Antwerpen naar Luik te varen. Er waren dan ook 24 sluizen op het traject, met de hand te bedienen.
Er was dus nood aan een nieuwe en moderne waterweg. Deze moest de industriestad Luik met Antwerpen verbinden en doorheen de Kempense mijnstreek lopen.
Op 31 mei 1930 stak Koning Albert I de symbolische eerste spadestreek van het nieuwe kanaal dat naar hem werd genoemd.
Er werd gedurende negen jaar aan gewerkt door bijna 12.000 mensen. De lengte van het kanaal bedraagt 130 km tussen Luik en Antwerpen. Het hoogteverschil tussen beide steden is 55m. Dit verschil wordt door 6 sluizen overwonnen.
Zuid-Willemsvaart (1815 - 1826)
In de 16e eeuw werden de eerste pogingen ondernomen om de Maas en de Schelde via een kanaal met elkaar te verbinden.
Pas toen Napoleon regeerde (1803) werd het idee van een Rijn-Maas-Schelde verbinding daadwerkelijk in een werkplan omgezet. Hij noemde het "Le Canal du Nord".
Hiermee werd tevens een definitieve stap gezet voor de aanleg van de Kempense kanalen.
In 1808 werden de werken al op verschillende plaatsen uitgevoerd. Maar toen Napoleon in 1810 Holland inlijfde, werden de aangevangen werken stopgezet. "Le Canal du Nord" was plots niet meer zo belangrijk, omdat nu ook Rotterdam tot zijn rijk behoorde.
Na de hereniging der Nederlanden (1815 - 1830) onder Koning Willem I, werd het kanaalproject weer aangevat. Het al gebouwde "Canal du Nord" (tussen Lozen en Maastricht) werd verbreed en doorgetrokken tot in 's Hertogenbosch.
Een sluis zorgde in Maastricht voor de scheepvaartverbinding met de Maas en tevens voor de voeding van het kanaal.
Zo ontstond er een verbinding tussen Luik en de Nederlandse havens.
Het nieuwe kanaal werd de "Zuid-Willemsvaart" genoemd, naar zijn promotor Koning Willem I.

Kanaal Bocholt-Herentals (1843 - 1846)
Na de onafhankelijkheid van België (1830) kwamen in de Kempen landbouw en industrie tot ontwikkeling. Een kanaalverbinding met Antwerpen zou deze groeiende industrie en de economische ontwikkeling in de hand werken. Opnieuw werd er gedacht aan het graven van een kanaal...
Het ontwerp werd terug opgevist in 1839. In 1843 werd bij wet besloten om het kanaal Bocholt-Herentals te graven. In 1846 was deze verbinding al een feit, met eveneens een aansluiting naar de gekanaliseerde Nete.
Het kanaal Bocholt-Herentals, met een afstand van 58,8 km, was toen al geschikt voor schepen tot 300 ton.

Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten (1844 - 1846 en 1854 - 1875)
Vanaf het kanaal Bocholt-Herentals werden later verschillende verbindingen gemaakt. Een eerste verbinding die vanuit dit kanaal vertrok was het stuk tussen Dessel en Turnhout. In 1844 werd begonnen met de bouw en in 1846 was het kanaal al klaar.
Later, in 1854, werd het kanaal verlengd tot in Schoten.
In 1875 was het volledige project afgewerkt. Het kanaal Dessel-Turnhout-Schoten heeft een afstand van 64 km.

Kanaal naar Beverlo (1854 - 1857)
Een tweede verbinding, vertrekkend van het kanaal Bocholt-Herentals, was het Kanaal naar Beverlo.
De werken voor het graven van dit kanaal vingen gelijktijdig aan met de graafwerken van het kanaaltraject Turnhout naar Schoten (1854). De werken duurden tot eind 1857.
Met een lengte van 14,8 km, is dit eerder een klein kanaal dat de verbinding moest maken tussen het kanaal Bocholt-Herentals en het dok van Beverlo.
Het kanaal had voornamelijk militaire doeleinden, zoals het vervoeren van militair materiaal.

Kanaal Dessel-Kwaadmechelen (1854 - 1858)
Tussen 1854 en 1858 werd het kanaal Dessel-Kwaadmechelen gegraven. Dit kanaal heeft een lengte van 15,7 km.
Door het graven van dit kanaal ontstond er in Dessel een uniek kruispunt van kanalen.

Kanaal Briegden-Neerharen (1930 - 1934)
Toen de aanleg van het Albertkanaal al aan de gang was en de rechtstreekse verbinding Luik-Antwerpen er zeker kwam, moest er ook een verbinding komen tussen de bestaande Zuid-Willemsvaart en het nieuwe Albertkanaal. Deze verbinding kwam er door een kanaaltje van 4,8 km aan te leggen van Briegden naar Neerharen. Met de realisatie van dit kanaaltje zouden de schepen vanuit Luik, zonder over het Nederlandse grondgebied te varen, de Belgische Kempen kunnen bereiken.
In 1930 werden de graafwerken van dit kanaal gestart en in 1934 was ook deze verbinding een feit.